Zelfanalyse, aanpak & evaluatie | Aandacht vasthouden en activeren
Het tweede persoonlijk leerdoel dat ik voor mezelf heb gemaakt voor atelier uitvoeren is:
De aandacht van studenten vasthouden en ze meer activeren tijdens een expert sessie. Met als gewenst resultaat dat ik de aandacht van studenten zowel proactief als in het moment beter weet vast te houden en dat ik studenten ondanks de focus op ‘kennisoverdracht’ in een actievere houding kan zetten tijdens een expert sessie. Om daar te komen heb ik een aantal stappen ondernomen. Op deze pagina neem ik je daarin mee.
Onderzoekende houding
Tijdens het geven van mijn lessen ben ik allereerst gaan opletten: hoe ik nou kan merken dat de aandacht verslapt? Dit heb ik aan het einde van een aantal lessen voor mezelf opgeschreven:
- Aan studenten kan ik dat zien door bijvoorbeeld lichaamstaal: ze gaan achterover leunen, zitten ‘onderuitgezakt.’ Ze staren uit het raam, of verliezen focus. Er is geen oogcontact meer met mij als docent, of ze kijken niet naar de presentatie.
- Studenten gaan fluisteren, roezemoezen. Ze geven geen antwoord op mijn vragen, of de antwoorden laten duidelijk zien dat ze niet echt naar de les geluisterd hebben.
- Studenten zitten veel op hun telefoon, of zijn op hun laptop bezig met andere zaken dan ‘de les.’
- Achteraf kan ik het herkennen doordat ik vragen van studenten krijg via de mail of de chat. Ik weet dat ze bij de les waren, maar blijkbaar waren ze er met hun hoofd niet bij.
Waarom bij expert sessies?
Het viel mij op dat dit met name bij expert sessies het geval is en ben gaan onderzoeken hoe dit nou zou komen. In expert sessies krijgen studenten (met name) theorie mee over onderwerpen die gerelateerd zijn aan de leeruitkomsten van het semester waarin ze zitten. In deze sessies moet ik studenten in relatief korte tijd, vrij veel theorie bijbrengen. Hun voorkennis is beperkt. Dit betekent dat ik in een sessie van 1,5 uur relatief veel aan het ‘zenden’ ben. Het risico ontstaat dat de aandacht van studenten verslapt omdat ze vooral aan het luisteren zijn en niet genoeg geactiveerd worden. Uit onderzoek blijkt bovendien dat de energie naarmate de les vordert überhaupt afneemt: “Teachers need to be aware of this diminishing emotional energy as the class period proceeds and take appropriate measures to keep the classroom energy high until the end.” (Fisk, 2019).
Als er ‘verveling’ of ‘onrust’ ontstaat bij studenten kost mij dat veel energie als docent. Bovendien biedt het studenten op zo’n moment niet die uitdagende leeromgeving die ik ze graag wil bieden. In sommige andere settings (bijvoorbeeld in Atelier) lukt het makkelijker om studenten te activeren, en zelf aan de slag te laten gaan. Maar daar heb ik ook veel meer tijd, en hoef ik minder op kennisoverdracht in te zetten. Gezien het karakter van het expert college ben ik daarom op zoek gegaan naar ‘kleinere’ activerende interventies of werkvormen die kunnen helpen om de aandacht van studenten vast te houden en ze geboeid en geactiveerd te houden, terwijl ik tegelijkertijd ook focus kan houden op het overdragen van mijn kennis en ervaring.
Aan de slag met activerende interventies en werkvormen
Presentatie killers – effectiever gebruik van powerpoint
In mijn zoektocht naar passende interventies en “low hanging fruits” ben ik eerst teruggegaan naar de basis. Aan het begin van het jaar had ik van mijn collega’s veel materialen ontvangen voor het geven van colleges. Dit zijn allemaal powerpointpresentaties. Hoewel ik in de toekomst zou willen onderzoeken of dit ook anders kan (wég met die powerpoint?) moest ik nu realistisch blijven en kijken hoe ik kon werken met datgene dat ik al had. Ik heb daarom een boek gelezen over het gebruik van powerpointpresentaties als docent (Fisk, 2019). Daarin worden vier zogenaamde ‘presentatiekillers’ genoemd die verband houden met het vasthouden (of dus eigenlijk het verslappen van) aandacht bij studenten:
- Presentation Killer #1: Using Powerpoint as a Teleprompter
- Presentation Killer #2: Too Much Text
- Presentation Killer #3: Poor Visibility
- Presentation Killer #7: Too Much Content
Na het lezen van dit boek ben ik alle presentaties die ik gebruik gaan bekijken. Ik moet eerlijk bekennen dat bij de meeste hiervan drie van de vier ‘presentation killers’ een rol speelden. Daarnaast was ik als beginnend docent toch nog veel aan het ‘oplezen’ van mijn powerpoint/ scherm. Geen wonder dat mijn studenten hun aandacht soms lastig vast konden houden… Daarom heb ik al mijn powerpoints gewijzigd en gepersonaliseerd:
- Ik heb de slides bekeken en het te veel aan informatie verwijderd. Deze informatie vertel ik er nu liever ‘bij’, in plaats van het ook direct te tonen.
- Ik ben gaan werken met ‘animations’ oftewel het één voor één laten verschijnen van tekst en/of plaatjes.
Het stellen van vragen (en het activeren van voorkennis)
Een andere activerende werkvorm die in literatuur naar voren komt en past in de setting van een expertsessie is het stellen van vragen om aandacht en participatie te bevorderen: “Questions are a way of engaging with students to keep their attention and to reinforce their participation” (Cornell University, z.d.)
Oh zo logisch… maar op de een of andere manier paste ik dit nog niet veel toe. Daarom ben ik hier veel bewuster mee gaan spelen. Ik ben niet alleen meer (discussie) vragen gaan stellen over de stof maar ben ook bewust gaan inzetten op het bevragen van studenten vóór het presenteren van de lesstof. Psycholoog David Ausubel schreef in 1968:
“The most important single factor influencing learning is what the learner already knows. Ascertain this and teach him accordingly.”
Hiermee benadrukt Ausubel het belang van het activeren van voorkennis als essentiële stap in het leerproces. In mijn lessen zet ik hier nu bewust op in, door vragen in te bouwen die studenten actief laat nadenken over de stof van bijvoorbeeld vorige keer, of door ze te vragen naar eigen ervaringen en deze te laten delen met de groep.
Wat levert het op?
Achteraf vraag ik me wel eens af: was dat nou zo moeilijk? Klinkt toch allemaal vrij basaal? Maar nee; het heeft me vrij veel tijd gekost. Maar het allerbelangrijkste? het maakt écht veel verschil in mijn lessen:
- Ik vertel nu veel meer mijn eigen verhaal, omdat er niet zo ontzettend veel informatie op de slides te vinden is.
- Mijn verhaal is ook veel overzichtelijker en kernachtiger geworden. Ik heb nu tijd om voorbeelden uit mijn eigen praktijk uit te dragen.
- Het bevordert het leren van de student aanzienlijk; ik zie dat ze meer aantekeningen maken doordat niet alles meer op de slides staat. Het maken van aantekeningen kan een effectieve leerstrategie zijn en het herstuderen bevorderen.
- Ik heb als docent meer zicht op wat er gebeurt in de zaal; ik heb meer oog voor de student. Zie wie er vragen heeft. Kan uitvragen of ze snappen wat ik zeg. En als ik zie dat de concentratie begint te verslapen kan ik sturing geven. Dit bevordert het leerproces van studenten, óók voor studenten die uit zichzelf niet zo veel vragen stellen: ik zie ze nu beter.
- Mijn eigen energie blijft hoger en dat helpt mij om een nog positievere leeromgeving te creëren.
- De studenten zijn energieker en ogen gemotiveerder. Er vindt meer diepgang plaats in discussies en in het begrijpen van de stof.
- Het stellen van vragen tijdens de les is eigenlijk ook een kleine vorm van formatieve toetsing; ik kan kijken waar de studenten staan in hun leerproces. Ik kan beter inschatten wat het niveau is en daarbij aansluiten.
Van mijn peers
Als onderdeel van het atelier heb ik bovenstaande gepresenteerd tijdens een peer-feedback moment. Ik heb daar tevens beelden laten zien uit de opgenomen les. Ik kreeg mooie feedback van mijn mede-BDB’ers. Ze gaven aan dat de interventies die ik heb genomen goed onderbouwd zijn, ook vanuit literatuuronderzoek. Ze bevestigden dat zelfs dit soort ‘ogenschijnlijk’ kleine interventies inderdaad genoeg impact kunnen hebben en dat ze dit ook terugzien in zowel mijn video beelden als tijdens de presentatie die ik ze op dat moment zelf gaf. Als tips kreeg ik mee dat ik meer door de ruimte kan bewegen; studenten zijn dan geneigd om meer naar jou als docent te kijken, in plaats van naar het scherm. Een mooie opmerking van één van mijn mede-BDB’ers was dat ik toch nog vrij veel houvast leek te zoeken bij mijn eigen scherm. Als ik iets wilde vertellen stapte ik naar mijn laptop toe. En als ik interactie aanging stapte ik achteruit. Maar in wezen, stap ik dan dus ook van de studenten weg. Na de peer-feedback ben ik hier op gaan letten en het klopt. Nu ik me hier bewust van ben, probeer ik te spelen met waar ik sta in de ruimte en loop ik veel meer rond. De opname van mijn peer-feedback vind je als link onderaan de pagina.
Van mijn studenten
Voor de zomer heb ik één van mijn studentengroepen om feedback gevraagd. Aan het begin van de les had ik ze, zonder te vertellen over de interventies/werkvormen die ik had ingezet, over mijn leerdoelen verteld. Ik heb iedere student een stickynote gegeven en gevraagd om (anoniem), middels ‘start/ stop/ continue’ aan te geven wat ze fijn vinden in mijn les, wat er anders kan, en waar ik eventueel nog mee kan starten. Opvallend was dat 9 van de 15 studenten in hun feedback aangaven het zo te waarderen dat ik vragen stel tijdens de les. En in het algemeen waarderen ze de interactiviteit die ik aanbreng in de les. Het was erg fijn om vanuit feedback van studenten terug te zien dat mijn moeite loont. Ik kreeg ook waardevolle feedback over wat ik meer zou kunnen doen: zo noemden studenten bijvoorbeeld dat het mooi zou zijn als we eens met een casus kunnen starten voor we de stof in duiken, en dat ze behoefte hebben aan een workshop om moeilijke gesprekken te oefenen (zie hiervoor ook atelier ontwerpen). Ik kreeg ook een tip: het inzetten van de mentimeter, om te zorgen dat niet één, maar álle studenten antwoord moeten geven op mijn vragen.
Een volledige weergave van de feedback vind je via de knop hieronder. Met sommige zaken ben ik het afgelopen jaar al aan de slag gegaan, andere staan nog op mijn to do lijst. In de feedback die ik later in het jaar heb verzameld (te vinden onder Bewust Docentschap) zie ik duidelijk dat de ingezette verandering (van aandacht vasthouden en studenten activeren) zich nog steeds voort zet en dat studenten dit ook expliciet benoemen. Ik kijk er naar uit om als uitvoerder meer en meer interventies en werkvormen in mijn gereedschapskist op te nemen.
Meer weten?
Bijlagen Zefanalyse aanpak & evaluatie | aandacht en activeren