Zelfanalyse

ZELFANALYSE AAN DE HAND VAN OFMANS KERNKWADRANT  

Op deze pagina vind je mijn zelfanalyse die ik aan de hand van het kernkwadrant van Ofman heb gemaakt. Ik vertel over mijn kwaliteiten, valkuilen, uitdagingen en allergieën en over mijn grootste drijfveer. Vervolgens bespreek ik wat ze betekenen voor mijn docentschap. Daarbij verweef ik mijn persoonlijke inzichten met andere (meer theoretische) inzichten die ik het afgelopen jaar heb opgedaan en met inzichten vanuit de feedback die ik heb mogen ontvangen.  

Mijn kernkwadrant  

Mijn kernkwaliteiten 
Denkend aan persoonlijke kwaliteiten die altijd centraal hebben gestaan in mijn werkzame leven, kom ik op de volgende kernpunten: communicatief sterk (o.a. luisteren, het stellen van de juiste vragen), geduldig, een sterk empathisch vermogen.   

Ik ben goed in het actief luisteren en stellen van gerichte vragen. In gesprekken kan ik goed signalen opvangen, ook als ze niet expliciet worden uitgesproken. Ik luister niet alleen naar wat er (letterlijk) wordt gezegd, maar let ook op non-verbale signalen zoals lichaamshouding en gezichtsuitdrukkingen. Ik stel graag verdiepende vragen, check of ik goed begrijp wat de ander bedoelt (doorvragen, of ‘parafraseren’) en probeer niet meteen te oordelen. Mijn geduld speelt hierin een belangrijke rol en deze kwaliteit zet ik dan ook bewust in; ik heb geleerd dat geduldig zijn, afwachten en actief luisteren, de ander de ruimte geeft om na te denken; soms is het stellen van vragen of het maken van een opmerking nodig, maar een stilte laten vallen is vaak net zo cruciaal.  

Bovenstaande vaardigheden hangen sterk samen met mijn drijfveer om anderen te begeleiden en te ondersteunen in hun ontwikkeling. Dit kan gaan om persoonlijke en professionele groei van individuen (denk aan zaken als leiderschapsontwikkeling en loopbaanbegeleiding), maar ook om de dynamiek tussen mensen ten goede te ontwikkelen (bijvoorbeeld bij conflicten, of bij teamontwikkeling). In al dit soort situaties spelen emoties en gevoelens een centrale rol. Mijn empathisch vermogen helpt me in te leven in de behoeften en de gevoelens van anderen. En juist dat helpt me weer om die juiste vragen te stellen, en juist die zaken te benoemen die aansluiten bij wat de ander, of de anderen, nodig hebben. Door deze combinatie van vaardigheden en kwaliteiten krijg ik vaak het vertrouwen van mensen, waardoor zij mij meenemen op het pad dat zij willen gaan bewandelen, als individu, professional of als team.  

Valkuilen en de daarmee samenhangende uitdagingen  
Te veel van het goede kan soms nadelig werken, zowel voor mezelf als voor de ander. Daarom is het belangrijk mijn eigen valkuilen te herkennen en bewust met deze uitdagingen om te gaan.  

Mijn sterke empathisch vermogen en de wil mee te leven met anderen kunnen ertoe leiden dat ik me (te) verantwoordelijk voel voor het welzijn van de ander. Dat gevoel kan ik als drukkend ervaren en ertoe leiden dat ik te veel overneem van de ander. Dat is niet alleen vermoeiend voor mij, maar het kan het groeiproces van de ander ook afremmen (en daar ligt nou juist mijn drijfveer!). Mijn uitdaging in deze is tweeledig: ik moet het op tijd herkennen dat ik me (te) verantwoordelijk voel en vervolgens bewust nadenken over mijn rol in het proces. Vaak kan ik de ander al heel goed helpen door begeleiding te bieden, zonder alles over te nemen, en leidt dit uiteindelijk juist tot mooiere groei bij de ander. 

Ik moet er ook voor waken dat ik niet té lang blijf hangen in het luisteren en stellen van verdiepende vragen. Dit kan leiden tot een gebrek aan richting in een gesprek, en de ander kan zich soms ook overweldigd voelen door de hoeveelheid vragen. Mijn uitdaging ligt dan ook in het bewust kunnen schakelen tussen luisteren en sturen. Belangrijk in deze: mezelf afvragen wat het doel van het gesprek is en inzien wat de ander op dat moment nodig heeft.  

Een andere valkuil is mijn geduld. Hoewel dit vaak een kracht is, kan te veel geduld er toe leiden dat de ander zich niet aangemoedigd voelt om actie te ondernemen of keuzes te maken, terwijl dat juist heel erg helpend kan zijn en nodig is om vooruitgang te boeken. Daarom is het mijn uitdaging om mijn geduld eerst in te zetten als basis voor vertrouwen, maar vervolgens bewust te schakelen en te kijken hoe ik de ander kan stimuleren om de volgende stap te nemen. Dat kan al door subtiele aanmoedigingen en dat past beter mij mij dan het aannemen van een hele directieve houding.  

Ten slotte het creëren van vertrouwen. Mijn natuurlijke hang (of drang?) naar het creëren van een vertrouwelijke band, en een gevoel van harmonie, kan er toe leiden dat ik confrontaties niet (op tijd) aan ga, en moeilijke onderwerpen uitstel. Dat kan leiden tot frustraties, of onduidelijkheden, bij mezelf en bij de ander. In mijn HR advieswerk heb ik enige tijd mogen werken met Joost Kampen, een veranderkundige die organisaties met ‘ontwikkelingsproblemen’ adviseert. Wat me altijd is bijgebleven is dat hij het had over  ‘de plek der moeite.’ In het kader van reflecteren gaf hij aan dat leren moeite kost en dat je daarbij ook de ‘plek der moeite’ op moet durven zoeken. Dat je moet willen stilstaan en daarbij ook ongemakkelijke situaties moet kunnen verdragen. Ik weet niet of het zijn bedoeling was, maar de ‘plek der moeite’ is voor mij een manier geworden om na te denken over méér dan reflectie. Het betekent voor mij ook het voeren van moeilijke gesprekken, het aangaan van conflicten en het doorbreken van eigen patronen. Het bewust vasthouden aan de gedachte dat het opzoeken van deze ‘plek der moeite’ de moeite waard is, helpt mij om niet in de valkuil te trappen van het uitstellen van confrontaties of het vermijden van situaties waarin de harmonie onder druk kan komen te staan. Ik weet dat ‘moeite’ op korte termijn, groei op de lange termijn bewerkstelligt. Misschien is groeipijn daarbij wel passende mooie metafoor.  

"Ik weet dat ‘moeite’ op korte termijn, groei op de lange termijn bewerkstelligt. Misschien is groeipijn daarbij wel een passende mooie metafoor. "

Allergieën  
Als je je bewust bent van je kernkwaliteiten, valkuilen en uitdagingen, kan je ook je mogelijke allergieën herkennen. Je allergie is namelijk het tegenovergestelde van je kernkwaliteit (Core Quality International, z.d.). Hoe uit zich dat bij mij?  

Ik heb met name een allergie voor mensen die emotioneel afstandelijk zijn en/of oppervlakkig blijven. Dit botst namelijk met mijn empathisch vermogen en mijn wens om me in te kunnen leven in de ander. Als de ander zich afsluit, of niet bereid is om dieper in te gaan op een situatie, vind ik dat lastig, omdat het in strijd is met ‘natuurlijke’ manier (en wens) om verbinding te maken. Ook een onverschillige, passieve houding bij de ander vind ik moeilijk. Mijn kwaliteiten zijn verbonden met mijn drijfveer om anderen te helpen groeien en ontwikkelen. Als de ander stil blijft staan en geen actie wil ondernemen (dat is iets anders dan dat hij/zij niet weet hoé hij/zij actie moet ondernemen), dan vind ik dat lastig.  
Ten slotte ben ik allergisch voor mensen die weinig of geen rekening houden met de gevoelens en behoeften van anderen. Vanuit mijn eigen hang naar harmonie, en mijn sterke inlevingsvermogen, vind ik het lastig te verkroppen als anderen erg zelfzuchtig zijn en geen oog hebben voor de ander.  

Vertaling naar context van docentschap     
In mijn werk als HR adviseur kon ik mijn kwaliteiten goed benutten en heb ik veel geleerd over mijn persoonlijke valkuilen en uitdagingen. Nu ik de stap naar docentschap heb gezet is het goed om hier weer opnieuw heel bewust van te zijn (dat heb ik gedaan door bovenstaande analyse) en ze te ‘vertalen’ naar de context van het ‘docentschap.’ In onderstaand stuk beschrijf ik wat ze betekenen voor het docentschap, wat ik daarin belangrijk vind en hoe ik ze daarbinnen in zet of in kan zetten(in alle verschillende rollen die ik bekleed). Ik verweef ze met (de meer theoretische) inzichten die ik in het afgelopen jaar heb opgedaan, in de COL, in literatuuronderzoek of vanuit feedback die ik heb gekregen van collega’s en studenten.  

Een veilige leeromgeving  
Mijn empathisch vermogen en vermogen om vertrouwen op te bouwen zet ik in om een leeromgeving te creëren waarin studenten zich gezien en gehoord voelen. Dit is voor mij een belangrijke eerste stap als ik voor een nieuwe groep sta, of een nieuwe student ontmoet. Ik doe dit bijvoorbeeld door mijzelf persoonlijk te introduceren, studenten persoonlijk te benaderen, mijzelf kwetsbaar op te stellen (bijvoorbeeld via persoonlijke anekdotes, of door te vertellen over fouten die ik zelf heb gemaakt). Ook vraag ik studenten actief om feedback over de (sfeer in de) les, en mijn persoonlijk handelen. Zo probeer ik een voorbeeldfunctie te vervullen. Ik vind het creëren van een veilige leeromgeving wellicht wel mijn belangrijkste taak als docent. Want als studenten zich veilig voelen, en ik verbinding stimuleer, lukt het ze beter om samen te werken met anderen, durven ze (meer) vragen te stellen en voelen ze dat fouten maken mag. 

Het stimuleren van samenwerking  
Multidisciplinair samenwerken is niet voor niets één van de kern facetten van DBE. Bij NHL Stenden willen we “professionals opleiden die over de grenzen van hun eigen discipline heen kijken en constructief samenwerken” (Sinia, z.d.-a). Vanuit mijn eigen praktijkervaring weet ik hoe belangrijk samenwerken is. Ik heb altijd in (multidisciplinaire) teams gewerkt en weet uit ervaring: als de samenwerking niet goed loopt, dan is het hartstikke lastig om een goed eindproduct op te leveren (wat dat eindproduct dan ook moge zijn). Binnen de HMSL leiden we studenten op tot de hospitality managers van de toekomst. En hoewel ze wellicht niet allemaal als manager aan de slag zullen gaan, zal het merendeel in een rol terecht komen waar samenwerking cruciaal is. Het klaslokaal is dan een prachtige plek om te stoeien met samenwerking, míts het als een veilige plek wordt ervaren.  

Ruimte om vragen te stellen  
Op Vernieuwenderwijs.nl las ik een mooi artikel over ‘vragen stellen’ (Lucassen, 2018). Niet door de docent (zoals ik bij atelier uitvoeren bespreek), maar juist door de leerling. Het zelf kunnen stellen van vragen is belangrijk om nieuwe dingen te ontdekken en te leren en volgens het artikel zelfs “één van de belangrijkste vaardigheden voor een goed leerproces.” Maar, zo stelt het artikel ook, een vraag stellen maakt dat je kwetsbaar moet durven te kijken naar wat je nog niet weet of kan. En één van de dingen die leerlingen daarin tegen houdt is de angst voor het stellen van een domme vraag. Juist daarom is het belangrijk om een sfeer te creëren waarin vragen gesteld (mogen) worden door leerlingen. Het creëren van vertrouwen is daarbij cruciaal.  

Fouten maken mag  
In mijn tijd bij IKEA stond het in koeienletters op de wand geschreven: “Only those who are asleep make no mistakes.” Deze uitspraak van Ingvar Kamprad, de oprichter van IKEA, is me altijd bijgebleven. Het gaf mij als jonge HR adviseur de durf om nieuwe dingen uit te proberen, ook al vond ik ze spannend of wist ik niet 100% zeker of de afloop goed zou zijn. Ik probeer deze gedachte nog steeds zelf uit te dragen: een cultuur waarin fouten maken mag stimuleert het leren. Want leren, dat doe je met vallen en opstaan.   

Balans tussen veiligheid en uitdaging 
Belangrijk voor mij om in de gaten te houden is dat mijn focus op het creëren van een veilige omgeving niet ten koste moet gaan van uitdaging, of mijn empathisch vermogen er niet toe leidt dat ik te veel begrip heb en het aanspreken op onwenselijk gedrag te lang uitstel. Te voorzichtig zijn kan leiden tot minder stimulerende leerervaringen, en niet aanspreken op gedrag kan juíst leiden tot een onprettigere of onveiligere leeromgeving voor anderen. Bovendien kost het mij als docent veel te veel energie.  

Behoefte en wenselijkheid?  
Bij het ontwerpen van onderwijs kan ik mijn kwaliteiten in het stellen van vragen, actief luisteren en het opvangen van (non-verbale) signalen goed inzetten om leeromgevingen te analyseren en daarbinnen ontwerpuitdagingen te herkennen. Zo kan ik vervolgens leeromgevingen ontwerpen die goed aansluiten bij de wensen en behoeftes van mijn studenten. Dat kan ook in het klein, door al tijdens een les te schakelen waar het nodig blijkt.  
Daarbij is het wel belangrijk om het volgende te beseffen: in mijn wens om de ‘student te helpen’ en de student geboeid te houden, moet ik me niet blind staren op de vraag ‘welke werkvormen vinden studenten dan leuk?’ Aan willen haken op studententevredenheid kan soms namelijk misleidend zijn (Last & Jongen, 2021). Tevredenheid is niet altijd hetzelfde als kwaliteit, als het gaat om het behalen van leeruitkomsten. Het is daarom cruciaal om ook voorbij de (primaire) wensen van studenten te kunnen kijken en (theoretisch) onderbouwde keuzes te maken voor lesontwerp. 

Zelfregulerend leren/ Scaffolding  
Enerzijds ben ik sterk in geduld tonen, anderzijds kan ik vanuit mijn verantwoordelijkheidsgevoel voor de ander, en de wens de ander te helpen, de ander soms te snel te hulp schieten. Doordat ik me hier bewust van ben lukt het me meestal om hier boven te gaan hangen en bewuster te sturen op wanneer ik het ene (helpen of sturen) of het andere (afwachten) doe. Zo kan ik naar behoefte meebewegen tijdens het leerproces van de student en diegene helpen te groeien naar zelfstandigheid in het leren. Een belangrijk begrip in deze is ‘zelfregulatie’ en ‘zelfregulerend leren.’ Zelfregulatie wordt gezien als “één van de meest essentiële vaardigheden voor leren op de lange termijn” (Boud, zoals geciteerd in Dinghs, 2022). Het betekent dat “de leerling zelfstandig en met zin voor verantwoordelijkheid de sturing voor de eigen leerprocessen in handen neemt” (Boekaerts & Simons, zoals geciteerd in Dinghs, 2022).  
Voor mij als docent betekent dit het continu zoeken van de juiste balans. Onderzoeken: waar kan de student al zelf regie nemen, en waar heeft hij/zij nog wat meer hulp nodig? Het is een gevaar om studenten vanuit de gedachte ‘wij stimuleren zelfregulerend leren’ teveel los te laten. Een student moet daarvoor wel de juiste vaardigheden hebben en die dus stap voor stap ontwikkelen. Dinghs (2022) benadrukt dat goede begeleiding op dit pad cruciaal is.  

Een manier om deze begeleiding te bieden is door bewust in te zetten op scaffolding, een concept dat voortkomt uit het constructivisme. Het is verbonden met het idee van ‘de zone van naaste ontwikkeling,’ waarbij je leerlingen of studenten steeds nét boven hun kunnen uitdaagt. (Vygotsky, in Peeters, 2023). Op dit moment zet ik al interactieve scaffolding in, door studenten stap voor stap verder te helpen in de dialogen die ik met ze heb (Voerman en Faber, in Peeters, 2023). In de toekomst zou ik graag willen kijken hoe ik geplande scaffolding in kan zetten in mijn lessen.   

Conflicten en Teamdynamiek  
In mijn rol als atelierfacilitator kan ik mijn ervaring en kunde in het voeren van verdiepende gesprekken inzetten om groepen te helpen als ze worstelen met conflicten, of andere problemen die gerelateerd zijn aan teamdynamiek. Daar ligt als voormalig HR adviseur ook een passie van mij.  

De kracht van het laten vallen van stiltes  
Mijn geduld zet ik regelmatig in tijdens het uitvoeren van een les; door een vraag te stellen, of iets moeilijks te vertellen en daarna bewust stiltes te laten vallen geef ik studenten de gelegenheid om zelf na te denken, en om te reflecteren op hetgeen ze geleerd hebben. Uit ervaring weet ik dat het laten vallen van stiltes in gespreksvoering een onderschatte gespreksvaardigheid is. Veel leidinggevenden worstelen er mee. Volgens mij geldt dat ook voor lesgeven. Het is wellicht nog wel moeilijker als vele ogen je afwachtend aankijken. Ik heb er veel mee geoefend het afgelopen jaar en kan nu zeggen dat ik het steeds beter onder de knie krijg.  

Inspelen op non-verbale signalen  
Mijn vermogen om non-verbale signalen te lezen helpt me in meerdere situaties: bijvoorbeeld bij het herkennen dat een student niet goed in zijn/haar vel zit. Of tijdens het geven van een les aanvoelen dat ik te snel (of juist te langzaam) ga, dat er pauze nodig is of een andere werkvorm. Met de tijd merk ik dat mijn gereedschapskist om op dat soort momenten flexibel te kunnen handelen groter wordt en ik niet alleen de behoefte van studenten kan lezen, maar er ook naar kan handelen.  

Voorbij de analysefase  
Iets waar ik in het algemeen behoedzaam in moet zijn is dat mij kracht en het plezier in het luisteren en vragen stellen kan leiden tot een neiging te veel in de ‘analyse’ fase te blijven hangen. Zowel bij ontwerpen, als uitvoeren en beoordelen, kan me dat in de weg staan en er voor zorgen dat ik te lang bezig ben met lezen, onderzoeken, bevragen, alvorens actie te ondernemen.  

Te perfecte feedback?  
In mijn rol als beoordelaar loert het gevaar dat ik bij het beoordelen van opdrachten en portfolio’s dé perfecte feedback wil schrijven. Dit vanuit mijn eigen verlangen naar harmonie en de student zo goed mogelijk willen helpen. Als ik weet dat studenten een lage beoordeling gaan krijgen, schrijf ik soms veel te uitgebreide feedback, omdat ik achteraf niet van studenten te horen wil krijgen dat ze mijn feedback niet snapten, of er niets mee konden, of dat het niet klopte. Een wijze les die ik van één van mijn docenten tijdens de BDB kreeg: iets is feedback als het aanzet tot leren en studenten in de actie zet. Als je door het geven van lange feedback te veel voorkauwt, leidt het er toe dat de student gaat kopiëren in plaats van leren. Omdat dit inzicht voor mij een zeer belangrijke is, heb ik deze ook expliciet opgenomen in mijn reflectie bij de leeruitkomst beoordelen.  

Het zweet op de juiste rug  
Vanuit mijn allergieën loert tot slot het gevaar dat ik me ga irriteren aan studenten die in mijn les het ‘minimale’ doen of oppervlakkig zijn in hun antwoorden. Voor mij als docent betekent dit dat ik extra geduld moet opbrengen en een bewustere aanpak moet proberen te hanteren. Bijvoorbeeld door voorbij mijn eigen irritatie te stappen en te kijken of ik er achter kan komen waarom een student deze houding aanneemt. Maar uiteindelijk gaat het ook om acceptatie; tijdens de COL kwam regelmatig de zin ‘zweet op de juiste rug’ voorbij. In mijn wens om studenten te motiveren en te behoeden, moet ik toch accepteren dat de motivatie uiteindelijk uit hunzelf moet komen. Ik kan daarin helpen, door gedrag te benoemen, door proberen de betrokkenheid te vergroten, positieve feedback te geven, de student te zien, en een voorbeeldrol in te nemen, maar kan het niet overnemen.  

Meer weten?