Ontwerpen

Leeruitkomst ontwerpen
Je maakt een blended (her)ontwerp voor een onderwijsleeromgeving voor jouw opleiding, dat past binnen het concept DBE, en verantwoordt je keuzes. 

Criteria 
⋅ Je analyseert een onderwijsleeromgeving aan de hand van verschillende bronnen. 
Je documenteert het (her)ontwerp van de onderwijsleeromgeving en activiteiten daarbinnen in woord en beeld. 
De gemaakte keuzes in het (her)ontwerp beargumenteer je op basis van bronnen. 
Je relateert jouw rol als ontwerper aan jouw eigen visie op leren, onderwijs en de context van je (her)ontwerp 

REFLECTIE  

Waar stond ik?  
Toen ik aan atelier Ontwerpen begon had ik niet het idee dat ik in mijn rol als docent al aan het ontwerpen was geweest. Ik had tot dan toe vooral gewerkt met de lesprogramma’s en ideeën van collega’s. In die zin kan ik de introductie van deze leeruitkomst eigenlijk heel kort houden, maar vind het wel mooi om een metafoor te gebruiken en een beeld te scheppen van de start van mijn reis door het ‘ontwerplandschap.’ In één van de ateliers moesten we ons als check-in érgens op een achtbaan plaatsen. Je kon jezelf bijvoorbeeld halverwege plaatsen, als je al goed op weg was, of ergens op de kop, als je de draad even kwijt was in het ontwerpproces. Als ik terugkijk denk ik dat ik mijn ontwikkeling aan het begin van het atelier inschatte op het nul-punt. Als poppetje zat ik nog niet in het karretje, maar stond ik in de rij. Tijdens het atelier bleek die inschatting onjuist; het woord ‘intuïtie’ is al vaker gevallen bij het schrijven dit portfolio. Ik denk dat ‘intuïtie’ en de woorden ‘onbewust bekwaam’ bij mij hand in hand gaan. Pratend met mijn atelier facilitators en peers kwam ik er achter dat ik eigenlijk al heel veel met ontwerpen bezig was. Ik deed dit dagelijks, in mijn lessen en de voorbereiding ervan. Ik bewerkte bijvoorbeeld documenten, zodat ik ze kon uitprinten en ‘offline’ kon aanbieden aan mijn studenten, om ze zo met meer aandacht bij de opdracht te kunnen laten zijn. Ik paste mijn powerpoints van te voren aan, maakte in de les wel eens de keuze om bepaalde onderdeel te laten vallen, of juist toe te voegen, als ik merkte dat dat beter zou zijn voor de les. Ik maakte quizjes om mijn studenten met APA te laten oefenen, en nog veel meer. Ik deed het alleen niet onderbouwd en voer daarbij vooral op mijn intuïtie en gevoel. Als ik dacht dat het nodig was, deed ik het, zonder me echt te verdiepen in wat dan ‘volgens de literatuur’ of volgens andere bronnen de juiste manier zou  
zijn.  

Nu is het natuurlijk niet zo dat ‘gevoel’ en ‘intuitie’ niet kloppen. In tegendeel, intuitie kan volgens mij een krachtige leidraad zijn. Het helpt je om snel beslissingen te nemen, flexibel in te spelen op wat er op dat moment nodig is en biedt ruimte voor persoonlijke invulling. Toch is het heel belangrijk om ontwerpkeuzes onderbouwder te gaan maken. Je baseren op bewezen tools, methodieken, inzichten vergroot de kans dat je je ontwerp goed laat aansluiten bij de behoefte van de student, de context waarbinnen je werkt en daarmee dat je ontwerp duurzaam zal zijn. En je kan het dan beter uitleggen aan collega’s; waarom denk ik dat dit de beste keuze is in deze en waar baseer ik dat op?  

Voor dit atelier heb ik mijzelf dan ook één centraal leerdoel gesteld:  

  • Ik wil leren hoe ik mijn ontwerpkeuzes in mijn dagelijkse praktijk beter kan onderbouwen. Zodat ik weet dat ik deugdelijke keuzes maak en deze ook helder kan communiceren en verantwoorden naar mijzelf en de mensen waarmee ik werk.  

Wat heb ik gedaan? Wat heb ik geleerd? En hoe pas ik dat toe?

Atelier Ontwerpen 
In atelier ontwerpen hebben we ontzettend veel geleerd. Het waren erg prettige ateliers, waarin veel van de termen, theorieën en constructen die ik het afgelopen jaar voorbij heb zien komen nog beter op hun plek vielen. Het is te veel om te herhalen, maar in het bijzonder ben ik erg blij geweest met de lessen van Mighiel van Diggelen. Zijn kennis over DBE in al zijn facetten en de manier waarop hij ons voorleefde om kritisch te zijn werkte inspirerend. Verder kwamen er zaken voorbij die we op een hele ‘praktische’ manier kunnen inzetten als we gaan ontwerpen. Zo leerden we bijvoorbeeld over hoe je kan starten. Je kan bijvoorbeeld gebruik maken van ‘Backwards design’ of ‘Forward design.’ Omdat ik in het afgelopen jaar zo doordrongen ben geraakt van het gegeven dat de leeruitkomsten dátgene zijn waar je naar toe wil werken, voel ik mij het meest comfortabel bij het gebruik maken van backwards design. Het belang van leerbogen en set-hold-land kwam voorbij en om eerlijk te zijn viel daarmee voor mij het kwartje waarom collega’s altijd zaken als ‘Ido-arts’, check-ins en check-outs hadden opgenomen in hun lessen. Om een duidelijke en doordachte structuur, ritme en dynamiek in het leerproces aan te brengen.  

Mijn ontwerpopgave  
Om ontwerpen op een bewustere, onderbouwde manier aan te vliegen ben ik zelf aan de slag gegaan met een ontwerpopgave. Ik heb ervoor gekozen om de DBE-fases te doorlopen, om zo houvast te houden en stap voor stap toe te kunnen werken naar een (her)ontwerp van een eigen leeromgeving. Deze fases heb ik allemaal uitgewerkt op aparte pagina’s in dit portfolio. In de eerste fase schets ik de aanleiding, context en de daaruit voortgekomen ontwerpuitdaging. Vervolgensschets ik het theoretisch kader dat mij richting geeft bij het ontwerpen en maken van ontwerpkeuzes. In de daaropvolgende fase maak ik mijn ideeën tastbaar en werk ik ze uit. In de laatste fase leg ik uit welke feedback ik al ontvangen heb, hoe ik er zorg voor ga dragen dat ik verdere  feedback ontvang en welke vervolgstappen ik zal nemen in en na de testfase.  

De inzet van analogieën   
Afgelopen semester had ik voor het eerst mijn eigen atelier. Een van de fases die studenten moeten doorlopen is de research fase. Vanuit mijn ervaring als co-facilitator wist ik dat dit voor veel studenten de meest ingewikkelde is. Voor velen van hen is het überhaupt de eerste keer dat ze met het denken over en het doen van onderzoek in aanraking komen. Studenten snappen vaak niet goed wat het verschil tussen het schrijven van hun methodologie hoofdstuk, het uitvoeren van het onderzoek en de analysefase niet. Ze ervaren de stof als ‘véél’ en onthouden weinig. Ik wilde dit in mijn eigen atelier dan ook anders insteken en zocht naar iets dat ik snel kon inzetten, dat zou leiden tot meer begrip en beter onthouden.  
Ik dacht terug aan mijn eigen studententijd. Ik hield zelf erg van metaforen en analogieën en gebruikte ze vaak in mijn eigen aantekeningen, om vat te krijgen op complexe ideeën en ze te onthouden. In een artikel over het gebruik van analogieën om anderen te helpen leren las ik:  

“Analogies and metaphors can be an effective way to help others map familiar relationships with onto new material. Analogies not only help the learner understand the structure of new material in terms of what he or she already knows, they can help draw attention to key features and conceptual boundaries of the new material being learned” (Orgill & Bodner, geciteerd in Northeastern University, z.d.).  

Hier ben ik mee aan de slag gegaan. Ik heb nagedacht over een mooie analogie en kwam op het ‘schrijven van een recept’ voor de methodologie het ‘daadwerkelijk koken’ voor het doen van je eigen onderzoek en het ‘proeven van het recept’ om de data te analyseren. Ik heb (met behulp van ChatGPT) de hele analogie uitgewerkt. De uitwerking vind in de bijlagen hieronder (1.1 Analogieën). Dit ‘script’ heb ik gebruikt tijdens het presenteren. Helaas heb ik er niet aan gedacht de les op te nemen, maar de inzet van de analogieën bleek een goede stap te zijn. Studenten gaven aan dat ze de vergelijking prettig vonden, omdat ze de stof ‘minder droog’ en begrijpelijker vonden. Het hielp mij later in het proces ook bij het activeren van hun voorkennis;  Als studenten vragen of twijfels hadden konden we samen weer ‘overzicht’ aanbrengen door samen terug te grijpen op de analogieën. Het bleek dat studenten het meeste ook goed onthouden hadden. Ik ga deze analogieën zeker weer inzetten tijdens mij komende atelier. Ik denk dat ik ook ga nadenken over het koppelen met een werkwijze waarin de studenten zelf meer in actie worden gezet. Bijvoorbeeld door ze alvast zelf een ‘kort recept’ te laten schrijven, die ze later als uitgangspunt voor hun methodologiehoofdstuk kunnen gebruiken.  

De bestemming… en verder!  
Middels bovenstaande reflectie en de onderliggende verslagen en producten vertrouw ik erop te hebben aangetoond aan de leeruitkomst en onderliggende criteria te voldoen. Ik laat zien dat ik aan mijn persoonlijke leervragen heb gewerkt. Mijn plek op de achtbaan op dit moment? Precies in die éne loop, op de kop, want, deze ontwerpreis is nog lang niet klaar. Binnenkort zal ik mijn prototypes presenteren tijdens een overleg met mijn vakgroepgenoten. Ook heb ik een afspraak staan met twee studenten, om ook hen mee te nemen in het ontwerp en te horen wat hun feedback is. Een andere afspraak staat gepland om samen met mijn collega scenario’s in dialogue trainer te kunnen gaan bouwen. Ik ben erg benieuwd wat mijn collega’s en studenten vinden en welke input zij zullen hebben. Zodat ik ook komend semester verder verder kan bouwen aan het creëren van een meer blended leeromgeving voor HRM EHL.  

Je maakt een blended (her)ontwerp voor een onderwijsleeromgeving voor jouw opleiding, dat past binnen het concept DBE, en verantwoordt je keuzes. 
 

  • Je analyseert een onderwijsleeromgeving aan de hand van verschillende bronnen. 

 

Dit heb ik uitgebreid gedaan tijdens de emphatize & define fase. Ik heb input van vakgenoten, studenten en eigen ervaringen gebruikt om tot een ontwerpuitdaging te komen.  

  • Je documenteert het (her)ontwerp van de onderwijsleeromgeving en activiteiten daarbinnen in woord en beeld. 

 

Dit doe ik op verschillende plekken. Bijvoorbeeld in het document over de analogieën, maar natuurlijk vooral op de pagina over mijn prototypes. Het storyboard heb ik toegevoegd om de leerreis van de student beeldend te maken.  

  • De gemaakte keuzes in het (her)ontwerp beargumenteer je op basis van bronnen. 

 

Dit heb ik met name gedaan door een theoretisch kader op te stellen, me te verdiepen in Blended Learning en vanuit daar uitgangspunten op te stellen die ik heb meegenomen in de herzieningsvoorstellen en mijn prototypes.  

  • Je relateert jouw rol als ontwerper aan jouw eigen visie op leren, onderwijs en de context van je (her)ontwerp 

Dit doe ik op verschillende plekken, zoals in mijn reflecties, in het theoretisch kader dat ik geschetst heb (want daar formuleer ik uitgangspunten die aansluiten bij mijn eigen visie) en in de acties die ik heb geformuleerd voor de testfase.