Mijn visie

MIJN VISIE OP ONDERWIJS, LEREN & DOCENTSCHAP   
Op deze pagina heb ik mijn persoonlijke visie uiteengezet. Ik maak hier ook een koppeling met een aantal belangrijke elementen die ten grondslag liggen aan DBE.  

Mijn achtergrond  
Sommige van mijn vroegste herinneringen zijn verbonden aan een plek met een sterke eigen visie op onderwijs. Toen ik twee was, startte ik namelijk bij de peuterklas die verbonden was aan de Vrije School. Dat was de start van een lange periode in mijn leven (zie hiervoor ook mijn leef- en leerbiografie). Binnen de Vrije School werd gewerkt vanuit een maatschappelijke stroming, de Antroposofie, die geïnspireerd is op het werk van Rudolf Steiner. Op school was de basis van het onderwijs ‘leren met hoofd, hart en handen.’ Het idee daarachter is dat er een evenwichtige ontwikkeling van de gehele mens gestimuleerd wordt, als je alle drie evenredig aan bod laat komen (De Toermalijn, z.d.).

Deze holistische benadering heeft mij, door het al die jaren zelf te hebben ervaren, gevoed in mijn overtuiging dat leren niet alleen draait om het verwerven van kennis, maar ook om het ontwikkelen van persoonlijkheid, creativiteit en sociale vaardigheden. Je kan leren door te luisteren, maar ook door het gewoon te proberen; door te doen. En hoewel je een voorkeursstijl voor leren kan hebben, betekent dat niet dat een andere manier je niet verder kan helpen. Juist uitgedaagd worden in hetgeen dat je moeilijker vindtdoet groeien. 

"Leren met hoofd, hart en handen"

Het doel van onderwijs? 
Een vogelvlucht naar het heden. Ik ben docent op het HBO. Wat betekent dat eigenlijk voor mijn visie op het doel van onderwijs? Als docent binnen het Hoger Beroepsonderwijs geef ik les aan studenten die uit willen stromen naar de beroepspraktijk. Mijn doel, of het doel van onderwijs en leren in deze, is om ze daarop zo goed mogelijk voor te bereiden. Door ze te helpen hun beroepsspecifieke kennis en vaardigheden te ontwikkelen. Maar ook door ze voor te bereiden op de dynamische aspecten van hun toekomstige werk. Thema’s als flexibiliteit, veerkracht en samenwerking spelen hierin bijvoorbeeld een rol.  

Maar daarnaast, of wellicht beter gezegd, daarmee in samenhang, geloof ik dat de grens tussen de domeinen werk en leven steeds meer vervaagt. Beiden raken steeds meer met elkaar verweven en beïnvloeden elkaar wederzijds; Als HR adviseur heb ik gezien hoe belangrijk het is voor het functioneren van zowel het bedrijf, als het functioneren van het individu, dat werknemers gelukkig zijn. Dit is wederkerig. Een mooie uitspraak hierbij is die van Professor Veenhoven, in een interview waarin hij het heeft over werkgeluk (Pieter Philipart, 2017):

“Ons werkgeluk is van invloed op ons levensgeluk, maar het werkt ook omgekeerd; als je voldoening schept in je leven als geheel, straalt dat ook af op je werk.”

Daarom vind ik dat onderwijs niet alleen moet voorbereiden op een beroep, maar dat het ook moet bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling en het zelfbewustzijn van studenten. Zodat ze naast de benodigde kennis en vaardigheden voor hun toekomstig beroep, ook ontdekken waar ze goed in zijn, wat voor hen werkt, waar ze blij van worden, wat hen geluk brengt. Onderwijs bereidt studenten mijns inziens dus niet alleen voor op hun beroep, maar ook op hun verdere volwassen leven. 

Mijn visie op Leren?  

Hoe zorg je ervoor dat leren effectief is? Ik geloof (mede door mijn eigen ervaringen op de Vrije School) dat leren veelzijdig moet zijn: studenten moeten de kans krijgen om op verschillende manieren te leren, zodat ze ontdekken welke aanpak bij hen past. Maar ook om te ervaren hoe andere manieren het leren kunnen verrijken. Het gaat daarbij dus niet alleen om leren vanuit een voorkeursstijl, maar om leren leren”: het vermogen om flexibel te zijn en verschillende strategieën effectief toe te kunnen passen. Daarin moet je studenten mijns inziens soms uitdagen. Door ze andere en nieuwe dingen te laten doen en te laten ontdekken.  

Deze persoonlijke overtuiging sluit goed aan bij het principe van Leerstijlen van Kolb. Kolb is één van de grondleggers van ervaringsgericht leren, een belangrijk fundament dat ten grondslag ligt aan DBE (Sinia, z.d.-a). Een volwaardige, complete leerervaring bestaat volgens hem idealiter uit een samenspel van alle leerstijlen (Coaching the shift, z.d.). Daarbij komen zowel ervaren, als observeren, conceptualiseren en experimenteren aan bod komen. Hoewel iedereen een voorkeursstijl heeft, is het belangrijk om juist ook andere leerstijlen te ontwikkelen (vandaar het door mij genoemde “leren leren”). Dit helpt studenten mijns inziens niet alleen om  een complete leerervaring te doorgaan, maar ook om veerkrachtiger te worden in nieuwe situaties, zowel nu als in de toekomst.   

"Mijn overtuiging dat studenten moeten “leren leren” is ook te koppelen aan ‘zelfregulerend leren,’ één van de andere principes die ten grondslag ligt aan DBE."

Zelfregulerend leren betekent dat “de leerling zelfstandig en met zin voor verantwoordelijkheid de sturing voor de eigen leerprocessen in handen neemt” (Boekaerts & Simons, zoals geciteerd in Dinghs, 2022). Dit proces is echter niet vanzelfsprekend; het moet worden ontwikkeld en de student moet erbij worden ondersteund. Als docent speel je daarin volgens mij een cruciale rol, door studenten (bijvoorbeeld door middel van scaffolding) stap voor stap te laten groeien in het nemen van regie over hun eigen leerproces. Dit helpt studenten niet alleen nu, binnen het onderwijs, maar ook later binnen hun (werkzame) leven, waar zelfregulatie een belangrijke vaardigheid is.  

Verder heb ik leren altijd al gezien als een ‘gezamenlijk’ proces. Het bestuderen van de lesstof kan wellicht wel alleen, maar juist in interactie met anderen kun je je kennis en vaardigheden laten groeien. Want als je samenwerkt met anderen, en feedback ontvangt, kan je reflecteren, en zo weer nieuwe ontwikkelpunten herkennen. In die samenwerking kunnen anderen een voorbeeld voor je zijn, of als een spiegel functioneren, waardoor je niet alleen de lesstof beter begrijpt, maar ook jezelf beter leert kennen.  
Deze persoonlijke overtuiging sluit goed aan bij het concept van DBE, waarin leren wordt gezien als een actief en sociaal proces, geïnspireerd door het Sociaal Constructivisme (Sinia, z.d.-b). In DBE ligt de nadruk op co-creatie en samenwerking, waarbij studenten in teamverband werken aan praktijkgerichte vraagstukken. Dit doen ze middels een iteratief proces, waarbij ze stap voor stap, met voortschrijdend inzicht, werken naar een eindresultaat (NHL Stenden, z.d.). Ruimte voor experimenteren is daarbij erg belangrijk en dat is volgens mij persoonlijk ook cruciaal voor leren; experimenteren betekent tevens het mogen maken van fouten, wat een essentieel onderdeel is van het leerproces. 

En wat is in dit alles dan de rol van de docent?  
In de veelheid van alles dat komt kijken bij onderwijs, voelde ik me wel eens verdwaald. Wat is nou mijn rol? Wat kan ik bijdragen? En hoe vertaal ik al die zaken die ik belangrijk vindt nou naar mijn dagelijks praktijk als docent?  

 Een mooie metafoor waarover ik las op de website www.meestermeteenmissie.nl hielp me op deze ontdekkingsvraag. Onderwijskundige Nico Miedema geeft daar de tip om het onderwijs te vergelijken met een radio; alle hoofdfactoren van het onderwijs zijn de radioknoppen, die we samen moeten afstemmen op het doel van onderwijs (de radiofrequentie). De hoofdfactoren zijn: Visie, Didactiek, Curriculum, Toetsing, Leeromgeving, Organisatie, Docenten, Pedagogiek, Leiderschap, Vervolgonderwijs,  Onderwijsbeleid. In de manier waarop je al deze facetten samen afstemt, kan je komen tot het bereiken van je doel van onderwijs. Als beginnend docent ben ik nog lerende en hoef ik logischerwijs, nog niet aan alle knoppen te hoeven draaien. Daarom focus ik me op hetgeen waar ik op dit moment in mijn ontwikkeling, direct iets mee kan doen. 

Namelijk, hoe ik invulling geef aan mijn (verschillende rollen) als docent:  

  • Ik zie de docent, en dus mezelf, als gids die studenten ondersteunt in het ontdekken van hun eigen pad. Dit betekent dat ik niet alleen kennis over mijn vakgebied overbreng, maar hen ook help stap voor stap meer verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leerproces.
  • Ik zie de docent, en dus mezelf, als voorbeeld, motivator en verantwoordelijke voor het creëren van een leeromgeving waarin studenten zich veilig en gewaardeerd voelen. Een belangrijk aspect daarin is het uitdragen van een cultuur waarin studenten kunnen experimenteren en fouten maken mag. Door zelf open te zijn over mijn eigen leerproces en fouten, probeer ik een sfeer te creëren waarin studenten zich vrij voelen om risico’s te nemen. Zoals Ingvar Kamprad zei: “Only those who are asleep make no mistakes.” Deze houding wil ik actief uitdragen, zowel in mijn lessen als in de gesprekken met studenten.  
  • Ik zie de docent, en dus mezelf, als coach en verbindende factor. Samenwerken is een essentiële vaardigheid, zeker in de praktijkgerichte aanpak van DBE. Mijn ervaring in multidisciplinaire teams heeft mij geleerd hoe belangrijk goede samenwerking is. Als docent fungeer ik ook als coach, die groepen begeleidt bij het werken aan hun dynamiek en samenwerking. Dit betekent niet alleen conflicten helpen oplossen, maar ook proactief het belang van wederzijds respect, communicatie en teamdoelen benadrukken. 
  • Ik zie de docent, en dus mezelf als observator; een belangrijke taak is het observeren van mijn leeromgevingen en studenten en daarin oog hebben voor inhoud, groepsdynamiek en individuele behoeften van de student.  
  • Ik zie de docent, en dus mezelf, als feedbackgever en beoordelaar, waarbij ik er zorg voor wil dragen dat mijn feedback tot actie en reflectie aanzet, zodat mijn feedback bijdraagt aan het leerproces.