Zelfanalyse, aanpak & evaluatie | Ongewenst / ongepast gedrag
Van zelf- analyse naar stap-voor-stap bewuster handelen
Voor uitvoeren heb ik twee persoonlijke leerdoelen gemaakt. Op deze pagina focus ik me op het leerdoel: Adequaat reageren op ongewenst/ongepast gedrag van studenten. Het gewenste doel is dat ik voor mezelf helder heb wat ik versta onder ongewenst/ ongepast gedrag, dit duidelijk kan communiceren en adequaat weet te reageren wanneer het onverhoeds toch ontstaat.
Wat vind ik eigenlijk ongewenst/ongepast gedrag?
Alvorens helder te krijgen hoe ik nu eigenlijk reageer op ongewenst gedrag, en waar ik naar toe wil, moet ik eerst voor mezelf bepalen: wat vind ik nou eigenlijk ongewenst/ ongepast gedrag? Wellicht ten overvloede, maar ik noem het toch: agressief gedrag, het maken van ongepaste opmerkingen, discriminatie of intimidatie hoort sowieso niet in mijn les -of in interactie met mij- thuis. Gelukkig ben ik dit nog niet tegengekomen het afgelopen jaar. Welk gedrag dan wel? En wat vind ik storend?
- Met stip op één: herhaaldelijk op de telefoon kijken, bijvoorbeeld gebruik van social media.
- Praten tijdens de uitleg van mij als docent, of nog erger, presentaties van medestudenten.
- Te laat komen (uitzonderingen daar gelaten)
- Te vroeg weer weg gaan, zonder toestemming, of de uitleg die ze geven is ‘erg vaag.’
- Passief-agressief gedrag (zoals met opzet traag reageren, of bijvoorbeeld zuchten).
- Niet aanwezig zijn in de les, maar wél veeleisend zijn als er toch vragen zijn. Door het ontbreken van de opkomstplicht komt dit nog wel eens voor.
- Veel Nederlands praten in het bijzijn van internationale studenten.
Zelfanalyse van een eigen onderwijsactiviteit: hoe handel ik nu? Wat doet dat met mij? En mijn studenten?
(analyse is geschreven in april 2024)
Om kritisch te kijken naar mijn eigen houding en handelen bij ongewenst/ongepast gedrag bespreek ik de les waar ik het minst trots op ben geweest in het afgelopen jaar. Het was de allereerste HRM expert les die ik gaf aan nieuwe eerstejaars studenten. Het waren onder andere mijn coach studenten. Ik voelde me redelijk comfortabel. Omdat ik de studenten grotendeels al een beetje kende, dacht ik dat wel goed zou komen. Als ik verbinding voel met mensen, voel ik me meestal immers ook comfortabeler in het handelen.
Maar de les verliep rommelig. Allereerst kwamen er een aantal studenten te laat binnen. Een van hen excuseerde zich, maar de andere twee liepen gewoon door. De aandacht, die ik net van de andere studenten had, verslapte, want de ‘laatkomers’ moesten een plek vinden en dat bleek niet zo makkelijk te zijn. Ik had de studenten vrolijk begroet en wachtte tot ze een plek hadden gevonden. Gelukkig had ik daarna de aandacht van de studenten weer. Ik kon los. Het begin van de les was prettig; ik vertelde over mezelf en mijn achtergrond. Ik vroeg aan studenten wat ze überhaupt wisten over HRM, en toen bleek: niets, of in ieder geval, zeer weinig. Wellicht dat het daar al mis ging. De lesstof van vandaag moest namelijk de basis leggen voor de rest van hun tijd hier aan de HMS. Maar als studenten nog niets weten, is 1,5 uur vrij weinig. En als je later bent begonnen omdat er een aantal studenten te laat komen, dan houd je nog minder tijd over… Toch ging ik met goede moed aan de slag en startte mijn powerpoint op. Daarna merkte ik dat de aandacht steeds meer verslapte. Studenten waren aan het roezemoezen en zaten op hun telefoon. En eerlijk gezegd? Ik vond de stof zelf ook zwaar; ik had het me nog niet echt eigen kunnen maken, want het was de eerste keer dat ik de les gaf. En zoals eerder benoemd, omdat het de allereerste les was die studenten kregen op het gebied van HRM moest er véél besproken worden.
De les was dus voornamelijk opgebouwd uit zenden. Ik deed wat ik kon op dat moment. Ik had nog niet zo veel in mijn repertoire: ik probeerde ze op een aardige manier aan te spreken en dan was het weer even stil. Maar een paar minuten later begon het geroezemoes weer. Ik voelde dat dit niet werkte, maar wist ook niet wat ik kon doen. Ik moést voor mijn gevoel de stof behandelen, want anders konden we de volgende keer ook niet verder. En ik had maar drie sessies…
Uiteindelijk werd het vanzelf 11 uur. Ik was ergens opgelucht, maar voelde me ook onrustig. Als kers op de taart kwamen er een aantal internationale studenten naar me toe. Ze begonnen te klagen over de andere studenten in de les, gaven aan dat het zo onbeleefd was geweest en vroegen me waarom ik eigenlijk niets gedaan had? Ik heb ze uitgelegd dat ik vond dat ze gelijk hadden en dat ik er de volgende keer accurater op zou reageren. De rest van de dag voelde ik me moe, enigszins gegeneerd en vooral: niet trots.
Wat kan ik doen om adequater te reageren?
Natuurlijk is niet elke les zoals bovenstaande. Maar in vrijwel elke les heeft wel een element van ongewenst/ ongepast gedrag. Ik denk dat je dat als docent ook niet helemaal kan voorkomen. Maar na deze les werd het mijn doel om in ieder geval adequater te kunnen reageren, op een pro-actieve manier én on the spot. Zodat ik me minder uitgeput zou voelen, maar ook, zodat de studenten die wél ‘bij de les zijn’ dat zouden zien. En natuurlijk, om de studenten in een lerende houding te krijgen.
Om mijn repertoire uit te breiden ben ik in gesprek gegaan met collega’s. Daaruit bleek (natuurlijk!): Iedereen heeft zo zijn/ haar eigen manier van hiermee om gaan. Ze benoemden onder andere:
- Als een student te laat komt mag hij/ zij buiten op de gang wachten. Hij/ zij mag pas binnenkomen op het moment dat ik naar de deur loop om de student te verwelkomen.
- Als ik zie dat een student op zijn/ haar telefoon zit benoem ik dat en vraag ik ze even focus te houden.
- Ik maak duidelijke regels aan het begin van het semester. Ik schrijf ze op en kan er dan op terugkomen als studenten zich er niet aan houden.
- Ik vraag studenten direct wat de oorzaak is van hun gedrag. Zo beseffen ze zich dat het gezien wordt en doordat ze dit gevraagd wordt moeten ze direct verantwoording afleggen.
- Ik heb zonnebrillenhoesjes gekocht en laat studenten als experiment nu aan het begin van de les hun telefoons daarin doen. Zelf neem ik daarin het goede voorbeeld.
Wat ook indruk op mij maakte was zien hoe één van mijn collega’s dit aanpakte, toen hij een presentatie moest houden voor een hele grote groep studenten. Hij benoemde het direct als er ongewenst gedrag plaatsvond (praten, telefoongebruik). Hij was streng, maar vermengde zijn opmerkingen met humor, én legde direct uit waarom hij het belangrijk vond. Hij koppelde bijvoorbeeld het gedrag aan het aannemen van een professionele houding, wat in hospitality heel erg belangrijk is. En de studenten? Die reageerden, luisterden en boden hun excuses aan. Ik ben later nog een les van hem gaan bijwonen, omdat ik dit zo’n prettige, gebalanceerde manier van aanspreken op gedrag vond.
Waar sta ik nu?
Terugblik naar die ene les…
Het afgelopen jaar ben ik naar aanleiding van die ‘eerste les’ en de gesprekken die ik voerde met collega’s aan de gang gegaan met het opbouwen van een repertoire dat bij mij past. Voor ik deze presenteer wil ik terugkomen op de casus die ik heb beschreven. Er was natuurlijk een vervolg-les. En daar zag ik, begrijpelijk, erg tegen op. Maar gesterkt door de gesprekken die ik had gehad met collega’s en het besef ‘dit wil ik niet weer’ besloot ik de studenten er op aan te spreken. Voor ik de les begon heb ik daarom met de studenten eerst teruggeblikt op de vorige les. Het voelde kwetsbaar, maar daarbij heb ik verteld wat het gedrag van de studenten met me gedaan had, hoe ik me achteraf voelde, én dat er andere studenten waren geweest die zich er ook onprettig bij hadden gevoeld. Ik heb uitgelegd dat ik dat vanaf anders zou willen en ook uitgelegd dat ik studenten er dus meer op ga aanspreken.
En? Dat bleek een hele goede stap. De les was prettig, interactief en heus niet perfect. Maar op het moment dat de aandacht verslapte hoefde ik eigenlijk alleen maar even naar de betreffende studenten toe te lopen en ze aan te kijken of ze waren er alweer bij. Ik was ontzettend blij dat ik naar mijn gevoel had geluisterd.
Mijn repertoire?
Wat doe ik nu om ongewenst/ongepast gedrag in de les te voorkomen? Hoe reageer ik adequaat als het toch gebeurt? De ervaringen en gesprekken van het afgelopen jaar hebben me geholpen bij het opbouwen van een repertoire dat bij mij past. Daarbij heb ik tips en adviezen van (of wat ik zag bij) collega’s, vertaald naar mijn eigen praktijk. Wat daar het allerbelangrijkst bij was: kijken wat bij mij, en mijn kwaliteiten past. Het aannemen van een hele autoritaire houding past bijvoorbeeld helemaal niet bij mij. Daarvoor ben ik te veel op zoek naar verbinding en harmonie. Maar ik moet ook niet over mijn eigen grenzen heen laten gaan. Daarom past een constructieve, empathische houding mij die gericht is op respectvolle communicatie en samenwerking. Wat zet ik nu actief in:
- Als ik ongewenst gedrag benoem probeer ik begrip te tonen voor de situatie van de student, maar maak ik tegelijkertijd helder wat mijn verwachtingen zijn. Daarbij probeer ik humor in te zetten en te benoemen wat het doel is van mijn opmerking. Ik probeer studenten te coachen in het aannemen van een professionele houding.
- Ik benoem nu meer wat het gedrag van studenten met mij doet. Ik merk dat het kwetsbaar opstellen bij me past; niet door ‘zielig’ te doen, maar op een professionele manier te vertellen wat iets met me doet. Daarmee neem ik ook een voorbeeldfunctie aan en zie ik dat studenten zich serieus genomen worden. Humor helpt hierbij.
- Het past (nog?) niet bij me om telefoons helemaal te verbannen uit de les. Maar als ik merk dat studenten afgeleid worden door bijvoorbeeld hun telefoon, probeer ik een activiteit in te zetten waarbij ik de studenten vraag de telefoons en schermen even helemaal weg te doen. Sommige activiteiten (bijvoorbeeld het invullen van het kernkwadrant van Ofman) plan ik al van te voren zo in dat we schermloos werken. Ik merk dat dit veel rust geeft, zowel voor studenten als voor mij.
- Ik las nu vaker kleine pauzes in in plaats van één grote pauze. Dit brengt focus en zorgt er voor dat de aandacht minder verslapt. En als de aandacht er beter bij blijft, ontstaat er ook minder snel ongewenst/ongepast gedrag.
- Als studenten, ondanks aansturing, keer op keer hetzelfde gedraag laten zien vraag ik ze na de les even te blijven. Na de les spreek ik de student er dan één op één op aan, benoem ik wat ik heb geprobeerd, en geef ik aan ondanks ‘laagdrempelige pogingen’ van mijn kant geen verandering in gedrag te zien. Door het gesprek met de student aan te gaan kijk ik wat de oorzaak is en hoe we dit samen kunnen oplossen. Ik doe dit liever niet plenair, omdat mijn uitgangspunt in deze ‘vertrouwen’ is en ik de student niet voor het blok wil zetten.
- Als ik een nieuwe groep ontmoet bespreek ik duidelijk wat mijn eigen verwachtingen en grenzen zijn. Ik vraag dit ook aan studenten. Zo zorg ik dat zij ook eigenaarschap ervaren. In atelier maak ik hier een activiteit van, door samen regels op te stellen:
- Ik geef iedereen een post it. Daarop mogen ze opschrijven wat voor hen echt belangrijk is (anoniem of niet).
- Vervolgens lees ik de post its voor, vraag ik of studenten het er mee eens zijn of een bezwaar zien, en schrijf ik het als ‘regel’ op.
- Ik benoem wat ik zelf belangrijk vind, vraag studenten hierop te reageren, en schrijf het als ‘regel’ op.
- In de volgende les haal ik de slide waar we onze regels opgeschreven hebben er weer bij. Zo worden we er aan herinnerd. Meestal is dit genoeg, maar mocht ik later merken dat één van onze regels niet nageleefd wordt, dan kan ik studenten er weer aan herinneren.
Hoe nu verder?
Tijdens atelier Uitvoeren heeft onze atelier facilitator ons kennis laten maken met Transactionele Analyse (TA). Ik heb er eerder aan gedacht om me verder te verdiepen in TA, omdat het je helpt te analyseren hoe communicatiepatronen bijdragen aan gedragsdynamiek, en tools biedt om deze patronen bewust bij te sturen. Ik heb er echter de voorkeur aan gegeven om eerst met mijn collega’s in gesprek te gaan en te kijken wat voor, laagdrempelige, wijze lessen zij, vanuit hun eigen praktijk, aan mij mee konden geven. Naar wat ik heb begrepen vraagt TA namelijk een zeer bewuste reflectie tijdens de interacties die plaatsvinden en dat betekent dat ik niet alleen de student, maar ook mijn eigen gedrag, tijdens het lesgeven moet analyseren. Als startend docent was ik het afgelopen jaar tijdens een les al zo druk met de lesinhoud, de dynamiek in de les en de planning, dat ik dat er nog even niet bij kon hebben. Ik merk dat ik door de (praktische) handvaten, door mijn uitgebreide repertoire, nu echter meer ruimte en energie voel om me in deze verder te ontwikkelen. Daarom wil ik graag kijken of ik binnenkort de basistraining Transactionele Analyse bij My Academy kan volgen.
Meer weten?
Bijlagen zelfanalyse aanpak & evaluatie | ongewenst en ongepast gedrag