Toetsen en beoordelen

Leeruitkomst
Bij het toetsen en beoordelen handel je binnen de context van het toetsbeleid, de toetsorganisatie en het onderwijs- en toetsprogramma van je opleiding, waarbij jij toetskennis en –vaardigheden adequaattoepast op een eigen toets.
 

Criteria
Je handelt binnen de context van het toetsbeleid en de toetsorganisatie
Je handelt binnen het onderwijs- en toetsprogramma
Je past toetskennis en -vaardigheden adequaat toe
Je blijft toetsbekwaam 

REFLECTIE  

Waar stond ik? 
In mijn eerste jaar als docent is het ‘beoordelen’ in de breedste zin van het woord één van mijn grootste uitdagingen gebleken. Als HRM-expert is het mijn taak om de HRM assignments binnen mijn Learning Community na te kijken en van feedback te voorzien. Daarnaast ben ik als Atelier Facilitator verantwoordelijk voor het beoordelen van de atelierproducten die de studenten maken tijdens het doorlopen van de fases van DBE. Als coach kijk ik de producten voor het Personal Professional Development-programma van mijn coachees na, én aan het eind van het semester ben ik samen met een collega verantwoordelijk voor het beoordelen van ongeveer 20 portfolio’s en het voeren van de bijbehorende gesprekken. Voordat ik aan mijn nieuwe baan als docent begon, dacht ik altijd dat ik van het voor de klas staan meer zenuwen zou krijgen.  
Maar dat was niet het geval… Dat beoordelen! Het geven van feedback! Wat was het veel! Wat is goede feedback? Hoe doen collega’s dat eigenlijk? Waarom worstel ik zo met het nakijken van opdrachten, en waarom kost het me zoveel tijd? Het waren vragen waar ik in het begin lastig de vinger op kon leggen. Ik vroeg wel om raad aan collega’s, en die hielpen me ook wel, maar als ik me dan weer in mijn eentje terugtrok om verder te gaan, duizelde het me toch weer en verzandde ik in het schrijven van hele lange stukken feedback. Dat moest anders. En gelukkig; eindelijk was daar atelier beoordelen. Mijn persoonlijke leervragen had ik snel helder: 

  • Wat is nou eigenlijk goede feedback? Wat is genoeg en wat wordt daarin van mij als docent verwacht? 
  • Hoe kan ik beoordelen en feedback geven voor mezelf makkelijker maken, in tijd, maar ook in moeite? 

Wat heb ik gedaan? Wat heb ik geleerd? En hoe pas ik dit toe?   

Atelier Beoordelen
 
Als HR-adviseur heb ik altijd veel gedaan rondom het topic ‘beoordelen.’ Met een focus op Leren & Ontwikkelen was ik veel betrokken bij zaken als Personal Development Plans, Succession Planning en de bijbehorende Talent Review, beoordelingsgesprekken (of zoals ze ook wel mooi heten; growth conversations, talent & development talks.). Als adviseur trok ik hierin altijd samen op met de leidinggevende. Want dié was uiteindelijk verantwoordelijk voor de ontwikkeling en beoordelaar van zijn/haar medewerkers. Maar het voorbereiden deden we samen. Ik had er altijd veel plezier in om hier met mijn collega’s mee aan de slag te gaan. En ik heb er veel over nagedacht waarom het topic ‘beoordelen’ me binnen het docentschap dan toch zoveel moeite en energie kostte. Hier was ik toch altijd zo goed in? 
Het atelier beoordelen heeft daarin veel helderheid gebracht. Daar leerde ik allereerst meer over alle die verschillende termen die ik in het kader van ‘Toetsen en Beoordelen’ vaak voorbij hoorde komen, maar nog niet goed een plaats had kunnen geven: programmatisch toetsen, formatief, summatief, low stake, high stake, leeruitkomsten (en nog veel meer). Het was natuurlijk niet zo dat ik eerder totaal niet had begrepen wat deze separate zaken inhielden, maar door er in atelier meer over te leren en erover te discussiëren met mijn mede-BDB’ers, begon ik de samenhang te zien. Al die elementen die ik in mijn werk tegenkwam waren dus niet separaat. Ze hangen met elkaar samen, en het is lastig om te weten wat nou goede feedback is, wat genoeg is en wat je bij het beoordelen goed kan gebruiken (qua tools), als je het systeem áchter de toetsen als docent niet snapt. Meer leren over zaken als toetsorganisatie, toetsbeleid en het toetsprogramma gaven mij helderheid over mijn eigen plek in dit systeem (als beoordelaar), en de toetstaken van mijn studenten (de opdrachten waarmee mijn studenten worden uitgedaagd hun kennis en vaardigheden te tonen). Met als belangrijkst inzicht: waarom we programmatisch toetsen nou eigenlijk inzetten: om vanuit een holistische benadering, te kijken naar de gehele ontwikkeling van de student. Samenhang en holistisch zijn dan ook belangrijke kernwoorden die mij bij blijven.  

Kwaliteitscyclus toetsing 
Wat mij vooral heeft geholpen in het ontdekken van het bestaande beleid en begrijpen hoe ik ‘toetsen’ op een goede en kwalitatieve manier kan ontwikkelen, afnemen en beoordelen, is het doorlopen van de ‘kwaliteitscyclus toetsing.’ Daarin vond ik houvast en kon ik stap voor stap, door te verdiepen, te spiegelen en mij kritisch op te stellen, een ‘eigen toets’ (en alles daaromheen) doorgronden. De link naar dit document vind je onder deze alinea. Ik laat daarin zien dat ik me bekwaamd heb als het gaat om het onderwerp ‘toetsen en beoordelen.’ Niet alleen door me te verdiepen in onze systemen en door de kwaliteit van mijn toets te onderzoeken, maar ook door vervolgens verbeteracties te formuleren en één van deze acties helemaal uit te werken. Zie daarvoor de knoppen naar ‘Van interviews naar verbeterde rubrics’ en naar ‘verbeterde rubrics inclusief indicatoren’ onder deze alinea. 
In november heb ik een peer feedback moment gehad. Ik heb mijn proces en resultaten tot dan toe gepresenteerd. De interviews had ik toen nog niet gedaan. De link naar de opname van mijn peer feedback vindt je onderaan de pagina. Hij heeft achteraf ook nog wat feedback op de mail gezet. Die feedback vind je onderaan deze alinea. Mijn collega heeft relevante vragen gesteld en goede opmerkingen gemaakt, waardoor ik merkte dat ik mijn ideeën duidelijk kon uitleggen. Een punt van feedback dat hij mij mee gaf is dat een gedetailleerde rubrics met uitgewerkte indicatoren nog steeds tot discussies kan leiden. Bijvoorbeeld omdat een onderdeel van de opdracht van een student deels in het niveau ‘below level’ en deels in het niveau ‘at level’ valt. Waar ga je dan voor? Dat moet je als team afspreken. Op 9 januari zou ik een feedback moment hebben met mijn HRM vakgenoten. Daar wilde ik de rubrics voorleggen, kijken of we daar mee kunnen gaan werken en dergelijke discussiepunten bespreken. Helaas kon dit niet door gaan door een centraal geplande academie dag. Ik kijk uit naar een volgend moment waarin ik feedback kan krijgen van mijn collega vakgenoten.   

Drie (van de vele!) belangrijke inzichten 
Een aantal belangrijke inzichten die ik opdeed, door het doorlopen van de toetsanalyse, maar ook daarbuiten, licht ik graag uit.  

1. Kalibratie: Kalibreren helpt. Niet alleen om betrouwbaarheid en validiteit te waarborgen, maar ook mij, als het gaat om efficiëntie (hét kwaliteitscriterium dat te koppelen is aan mijn persoonlijke leerdoelen). Vooraf kalibreren kan mij helpen meer duidelijkheid te krijgen over hoe wij de criteria als team willen beoordelen, waardoor ik minder tijd hoef te besteden aan interpretatie of overleg tijdens het nakijken. Op dit moment kalibreren we soms wel en soms niet (behalve bij portfolio-beoordelingen). Als HRM vakgroep komt het er weinig van. In de komende maanden wil ik dan ook met mijn collega’s bespreken hoe we dit beter kunnen organiseren. 

2. Goede rubrics: In dit kader is ook de aanwezigheid van een goede rubric cruciaal. Bij de toets die ik zelf doorlopen heb, bleek deze summier. De indicatoren waren niet uitgewerkt. Na mijn collega’s hierover geïnterviewd te hebben, bleek dat we bij het beoordelen van de opdrachten vaak naar dezelfde dingen zochten, maar ook op andere dingen focusten, of verschilden in ‘strengheid.’ Om de kwaliteitscriteria te waarborgen, heb ik de indicatoren van de rubrics uitgewerkt. Ik kijk ernaar uit om deze in het nieuwe jaar aan mijn collega’s (en daarna aan studenten) voor te leggen en te kijken of we deze kunnen gaan gebruiken in het nieuwe semester. Ik weet zeker dat het gebruik van deze ‘vernieuwde’ rubrics mij bij het beoordelen en geven van feedback veel tijd en energie gaat schelen. 

3. Richting geven in plaats van voorkauwen: In mijn rol als beoordelaar loert het gevaar dat ik bij het beoordelen van opdrachten en portfolio’s dé perfecte feedback wil schrijven. Dit vanuit mijn eigen verlangen naar harmonie en de student zo goed mogelijk te willen helpen. Als ik weet dat studenten een lage beoordeling gaan krijgen, schrijf ik soms veel te uitgebreide feedback, omdat ik achteraf niet van studenten wil horen dat ze mijn feedback niet snapten, er niets mee konden of dat het niet klopte. Maar dit staat mij in de weg. Ook in feedback van collega’s krijg ik terug dat de feedback die ik studenten geef ontzettend diepgaand en zorgvuldig is, maar dat ze zien dat ik daarmee mijn eigen grenzen wel eens overschrijdt en dit tevens niet altijd aanzet tot leren bij de student. Een wijze les die ik van één van mijn docenten tijdens de BDB kreeg: “Iets is goede feedback als het aanzet tot leren en studenten in de actie zet. Als je door het geven van lange feedback te veel voorkauwt, leidt het ertoe dat de student gaat kopiëren in plaats van leren.”  

En één van mijn medestudenten vulde aan: “Als er in bepaalde gevallen zó veel feedback nodig is dat het je als docent ontzettend veel tijd kost, is de kwaliteit van het werk van de student waarschijnlijk ondermaats en heeft hij/zij er niet voldoende tijd en energie in gestopt. Daarin mag je vertrouwen op je intuïtie. Het is niet jouw verantwoordelijkheid dit voor de student op te lossen.” 
Daarom vraag ik mezelf bij het beoordelen en geven van feedback inmiddels het volgende af: Is mijn feedback doelgericht? Sluit het aan bij de belangrijkste leerdoelen/beoordelingscriteria? Ben ik de oplossing nu aan het voorkauwen, of stimuleer ik dat de student zelf een oplossing bedenkt? Daarmee zorg ik ervoor dat mijn (extra) uitleg/feedback ook echt toegevoegde waarde heeft. 

De bestemming… en verder! 

Middels bovenstaande reflectie en de onderliggende verslagen en producten vertrouw ik erop te hebben aangetoond aan de leeruitkomst en onderliggende criteria te voldoen. Ik laat zien dat ik aan mijn persoonlijke leervragen heb gewerkt. Daarmee wil ik toch nog kort terugkomen op de vraag die ik mezelf eerder stelde: waarom kostte alles rondom ‘beoordelen’ mij in deze rol nou zoveel meer moeite en energie dan vroeger? 

Als HR-adviseur was ik, als het ging om beoordelingen, altijd aan het sparren met mijn collega’s. Deze vorm van kalibratie heb ik het afgelopen jaar soms toch gemist en moet ik dus zelf meer opzoeken. Niet alleen op kleine momenten, maar ook door ze actief te organiseren, bijvoorbeeld binnen onze vakgroep. Hier ga ik in het nieuwe semester mee aan de slag. 

Daarnaast was de wereld waarin ik mij als HR-adviseur bevond, mij na al die jaren hartstikke bekend. Ik kende het reilen en zeilen tot in de puntjes en kon het beoordelen en de rol die ik daarin had, dus ook goed plaatsen in deze context. Door mij in het atelier beoordelen en daarbuiten te verdiepen in alles óm mijn rol als beoordelaar heen, begin ik me ook binnen de hogeschool en binnen deze rol steeds comfortabeler te voelen. 

Wat tot slot niet onbelangrijk is: mijn verantwoordelijkheidsgevoel. Het lijkt erop dat een nieuwe rol dit gevoel bij mij vergroot. Daarom blijft het zo belangrijk om ook bij het beoordelen en geven van feedback niet over te nemen maar richting te geven, en die kaders te bieden die studenten uitdagen om zelf actief met hun leerproces aan de slag te gaan. Dit besef is wellicht wel de wijste les, die ik graag meeneem de toekomst in. 
 

Leeruitkomst Toetsen en Beoordelen: Bij het toetsen en beoordelen handel je binnen de context van het toetsbeleid, de toetsorganisatie en het onderwijs- en toetsprogramma van je opleiding, waarbij jij toetskennis en –vaardigheden adequaattoepast op een eigen toets. 

 

Je handelt binnen de context van het toetsbeleid en de toetsorganisatie 

  • Je kent je eigen rol, taken en verantwoordelijkheden en die van anderen binnen het geheel van het toetsbeleid en de toetsorganisatie en handelt daarnaar. 
  • Je werkt vanuit de visie op toetsen en leren van de opleiding aan de kwaliteit van toetsing. 
  • Je bent je bewust van de relatie tussen toetsen, het toetsbeleid en de visie op toetsen en leren. 

 

 

Ik ben op de hoogte van mijn taken binnen het toetsbeleid en de toetsorganisatie. Ik zorg ervoor dat te ontwikkelen opdrachten/ toetsen aansluiten bij het toetsbeleid van de opleiding en neem mijn verantwoordelijkheid voor het evalueren van de toets én het toetsbeleid. Bij wijzigingen in het toetsen zal ik altijd eerst in overleg treden met collega’s uit assessment work group en waar nodig met de examencommissie.  

 

Bij het beoordelen van de kwaliteit van de bestaande toets ben ik uitgegaan van de visie op toetsen en leren van mijn opleiding (zoals beschreven in het Work Plan).   

 

Ik heb in mijn analyse expliciet gekeken naar het toetsbeleid van de HMSL. Daardoor heb ik gezien dat de toets in lijn is met wat het beleid voor heeft geschreven voor een level 2 toets. Ik heb dit uitgebreid beargumenteerd in mijn uitwerking. 

 

Je handelt binnen het onderwijs- en toetsprogramma 

  • Je kent de plaats en functie van toetsen in het onderwijs- en toetsprogramma. 
  • Je relateert toetsen aan de visie van de opleiding en de beoogde leerresultaten van de opleiding. 

 

 

Ik begrijp hoe de toets die ik heb geanalyseerd past in het onderwijsprogramma van de HMSL. Dat laat ik zien in mijn uitwerking.  

 

Ik heb in mijn analyse tevens aangetoond dat de toets aansluit bij de beoogde leeruitkomsten en het niveau ervan.   

Je past toetskennis en -vaardigheden adequaat toe 

  • Je kunt toetsen cyclisch en systematisch herontwerpen/ontwikkelen, uitvoeren en evalueren. De gemaakte keuzes kun je beargumenteren. 
  • Je gebruikt informatie uit toetsen om je onderwijs invulling te geven en de student verder te helpen in zijn ontwikkeling door het geven van feedback. 
  • Je neemt zorgvuldige en onderbouwde beslissingen op basis van informatie uit toetsen en kan daarover helder communiceren naar studenten. Je bent je daarbij bewust van de impact van toetsing. 

 

Bij het analyseren en het komen tot verbeterpunten heb ik gebruik gemaakt van de toetscyclus. Ik heb mijn inzichten en verbeterpunten uitgebreid beargumenteerd in mijn uitwerking.  Ik ben me ervan bewust dat dit een continu proces is en dat we deze cyclus als vakgroep straks weer opnieuw zullen moeten doorlopen.  

 

Ik gebruik de resultaten van de opdracht om onderwijs te verbeteren. Zo heb ik bijvoorbeeld een verbeterpunt geformuleerd omdat we continu dezelfde vraag van studenten kregen, en in de ingeleverde opdrachten regelmatig zagen dat studenten de vraag niet goed hadden begrepen.  

 

Ik ben me bewust van de impact die zowel formatieve als summatieve toetsen voor studenten kunnen hebben. Daarom communiceer ik altijd helder over mijn verwachtingen als docent én assessor. Ik  ben benaderbaar als studenten vragen hebben. Om te zorgen dat ik zo eerlijk mogelijk toets, kijk ik waar mogelijk eerst alle opdrachten na, zodat ik mijn feedback/scores naast elkaar kan houden, alvorens ze vrij te geven.  

Je blijft toetsbekwaam 

  • Je kijkt als kritisch professional steeds naar je eigen handelen rondom toetsen en past je handelen desgewenst aan. 
  • Je bent je bewust van je eigen ervaringen 

 

 

Ik reflecteer regelmatig op mijn eigen handelen en zoek actief het gesprek op met collega’s en studenten. Ik vraag bijvoorbeeld of mijn feedback helder is aan studenten  en kalibreer waar mogelijk met collega’s.  

 

Mijn eerdere ervaringen met toetsen en beoordelen gebruik ik als uitgangspunt voor persoonlijke ontwikkeldoelen. Dat laat ik zien in de reflectie.